Er waart een virus onder ons en die is vele malen dodelijker dan corona

247
Pandemie

Met COVID-19 nog volop in ons midden zijn er maar weinigen die zich nu al druk maken over de volgende pandemie. Dat deze er gaat komen is vrijwel zeker en het is dus niet de vraag óf maar wanneer de volgende virusuitbraak plaats gaat vinden. En omdat bepaalde virussen nog wel eens willen muteren, is het vooral een kwestie van tijd totdat een echte allesvernietigende killer ten tonele verschijnt. Een ver van ons bed show of nu al bittere realiteit?

Advertentie
Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Killerpandemie

Op 13 april 2009 overlijdt een 39-jarige vrouw uit Oaxaca, Mexico, aan iets wat lijkt op een door diabetes versterkte longontsteking. Een week later krijgen twee kinderen in Californië dezelfde verschijnselen en blijkt het om een nieuwe vorm van varkensgriep te gaan. Nog een week later is de ziekte al op drie continenten te vinden. Op 11 juni roept de Wereldgezondheidsorganisatie de griep, met typenummer H1N1, uit tot pandemie. Een wereldwijde epidemie van de Mexicaanse griep is op dat moment een feit.

De snelheid waarmee de dodelijke Mexicaanse griep zich over de wereld verspreidt, maakt duidelijk dat écht iedereen gevaar loopt bij een grote uitbraak van een potentieel dodelijk virus. De teller zal uiteindelijk oplopen tot vele tienduizenden besmettingen met vele duizenden doden tot gevolg. In de jaren na de Mexicaanse griep domineren lokale uitbraken van onder meer SARS en het zeer verontrustende Ebola regelmatig het nieuws. Tot een pandemie komt het niet meer en als in november 2019 de eerste beelden binnenkomen van een virusuitbraak in Wuhan, lijkt de rest van de wereld zich nauwelijks zorgen te maken.

“De snelheid waarmee de dodelijke Mexicaanse griep zich over de wereld verspreidt, maakt duidelijk dat écht iedereen gevaar loopt bij een grote uitbraak van een potentieel dodelijk virus”

Hoe slecht dit uit zal pakken is inmiddels wel bekend. En hoewel COVID-19 een schokkend aantal slachtoffers zal eisen zal het zeer waarschijnlijk niet de legendarische status krijgen van ziektes zoals de Zwarte Dood of de Spaanse Griep, die vele tientallen tot honderden miljoenen doden op hun geweten hebben. Hoe kwetsbaar wij zijn is inmiddels wel gebleken en vanwege toenemende bevolkingsdichtheid en globalisering is een catastrofale pandemie op niet al te lange termijn niet ondenkbaar. Maar wat maakt een epidemie nou tot een killer-pandemie? En welke virussen (of bacteriën) zijn momenteel de meest waarschijnlijke kandidaten?

Daderprofiel

Succesvolle infectieziektes moeten het hebben van verschillende bad ass-eigenschappen. De eerste daarvan is infectiviteit: hoeveel van de potentiele slachtoffers weet de ziektekiem (ook wel pathogeen genoemd) te infecteren? Dan is er de pathogeniciteit: hoeveel van de geïnfecteerde mensen worden er ziek? Tot slot hebben we nog viruliteit (hoe ernstig ziek worden de slachtoffers) en mortaliteit (de hoeveelheid slachtoffers dat uiteindelijk zal komen te overlijden).

Hoewel dit klinkt als een makkelijke optelsom zijn er een aantal factoren die het ingewikkeld maken. Ten eerste de incubatieperiode, ofwel de tijd tussen het infectiemoment en het verschijnen van de eerste symptomen. En ten tweede het feit dat sommige geïnfecteerde personen (nog) niet ziek zijn maar wél anderen kunnen besmetten. Dragers worden zij genoemd, en zij zijn bij een epidemie misschien wel het gevaarlijkst. Omdat ze zelf niet weten dat ze drager zijn, blijven zij lang onzichtbaar.

“De viruliteit mag juist weer niet al te hoog zijn, anders krijg je het ebolaprobleem: daarbij ga je zo’n beetje levend rotten en ben je in no-time dood”

Belangrijk is ook het verrassingseffect. Wat je nodig hebt is liefst een heel nieuw pathogeen, waartegen nog geen behandeling bestaat, en die ook nog geen immuniteit in de populatie heeft gekweekt. De ziekte zou een hoge infectiviteit moeten hebben, anders zullen de geïnfecteerde personen elk te weinig anderen kunnen besmetten en wordt de verspreiding gestopt. De viruliteit mag juist weer niet al te hoog zijn, anders krijg je het ebolaprobleem: daarbij ga je zo’n beetje levend rotten en ben je in no-time dood. Dit soort uitbraken komen redelijk vaak voor maar blijven altijd klein. Qua effect lijkt een hoge viruliteit daardoor op een lage infectiviteit: de verspreiding wordt dan in de kiem gesmoord, met als enige verschil dat de ziekte lokaal wel veel doden kost. Mensen moeten van het pathogeen dus makkelijk ziek worden, maar niet té, want een aan het bed gekluisterd persoon is niet goed voor de besmettelijkheid.

Nieuwe virussen of oude bekenden?

Maar uit welke hoek een killerpandemie precies zou kunnen komen, blijft lastig te voorspellen. Een geruststellende gedachte is dat we voor bioterreur niet hoeven te vrezen. De pathogenen die in aanmerking komen, zoals miltvuur, pokken en botulisme, zijn daarvoor maar nauwelijks geschikt. Want, of er zijn al behandelingen voor, of zijn ze zo dodelijk dat een virusuitbraak in de kiem gesmoord wordt. Een doemscenario waarbij een totaal nieuwe, onbekende ziekte ons zal overvallen is ook niet waarschijnlijk. Er worden namelijk steeds minder volledig nieuwe soorten ontdekt.

Met de huidige intensieve veeteelt en de explosieve bevolkingstoename ligt een zogenoemd zoönotisch pathogeen dan meer voor de hand: een ziekte die al voorkomt in een groep dieren en ineens overspringt naar mensen. Een zoönose die niet dodelijk is voor de dierlijke gastheer maar wel voor mensen, en die ook makkelijk naar mensen overspringt, is erg gevaarlijk omdat het voor het voortbestaan van het virus niet uitmaakt of de mens sterft. Voorbeelden van zoönosen die pandemieën werden, zijn talrijk: Mexicaanse griep, aids, vogelgriep en natuurlijk SARS en het huidige COVID-19-virus. De laatste twee vallen trouwens onder de, inmiddels welbekende, virusfamilie corona.

“…. is erg gevaarlijk omdat het voor het voortbestaan van het virus niet uitmaakt of de mens sterft”

Dat COVID-19 een totaal nieuwe corona-variant is, betekent niet dat we in de toekomst niet geveld kunnen worden door virussen (en bacteriën) die al lang bekend zijn. Beruchte oude bekenden zijn er namelijk genoeg. Denk maar aan virussen als ebola en marburg. Gelukkig verschieten deze hun kruit te vroeg omdat ze ervoor zorgen dat hun gastheer snel overlijdt waardoor het virus zich maar moeilijk op grote schaal kan verspreiden. Maar wat te denken van ongure types zoals: de pest (zwarte dood) de Spaanse griep, tuberculose en de mazelen?

Hoewel de pest en de Spaanse griep in het verleden enorme aantallen slachtoffers hebben geëist, valt uit deze hoek niet direct een pandemie te verwachten. Met de huidige staat van de gezondheidszorg zijn ziektes zoals deze redelijk goed onder controle te houden. Hetzelfde geldt voor tuberculose. De bacterie-infectie is goed met antibiotica te behandelen en hoewel de jaarlijkse sterftecijfers met ruim 1,5 miljoen doden indrukwekkend zijn, zal deze ziekte niet snel uitgroeien tot een wereldwijde epidemie – er zijn simpelweg al te veel mensen immuun geworden.

De mazelen dan…

Er zijn nog meer befaamde kandidaat-killers. Zo voldoet de mazelen aardig aan het dadersprofiel, met een enorm hoge infectiviteit, een aardige pathogeniciteit maar geen heel hoge viruliteit. Klinkt gevaarlijk, maar de ziekte is eenvoudig te bestrijden met vaccinaties. Toch komt deze ziekte ook in Nederland nog voor in voornamelijk religieuze gebieden zoals de bible-belt. Ook aids, veroorzaakt door het hiv-virus, is geen goede kandidaat voor een pandemie. Met een incubatietijd van 9 á 10 jaar, waarbij de drager tijdens deze periode besmettelijk is, is de infectiviteit relatief laag. Dit komt doordat het virus alleen overdraagbaar is via direct contact tussen lichaamsvloeistoffen en slijmvliezen – en zelfs dan nog maar zelden. De pest, tuberculose, ebola, aids en de mazelen hebben hun fifteen minutes of fame dus wel gehad.

Een nieuw soort griep als hoofdverdachte?

Hoewel COVID-19 tijdens dit schrijven wereldwijd enorm veel slachtoffers maakt is het nauwelijks voor te stellen dat met name het welbekende griepvirus de meeste pandemieën op zijn naam heeft staan. Van de drie voorkomende soorten griep, A, B en C, is A het belangrijkst en meest voorkomend. Het geheim van de A-griep zit hem in de nadere typering: H1N1, H5N1, enzovoorts. De H staat voor hemagglutinine en de N voor neuraminidase. Beiden zijn eiwitten die zich op het oppervlakte van het virus manifesteren. Het nummer erachter staat voor de volgorde waarin de specifieke eiwitvarianten zijn ontdekt. Bekende griepsoorten zijn natuurlijk de Mexicaanse en Spaanse griep. Met name de Spaanse griep heeft enorm veel slachtoffers geëist.

“En soms, heel soms, ontstaat er een radicaal nieuw type griep waar niemand nog resistent voor is”

Maar gelukkig is niet elke griepgolf even spannend. Denk maar aan onze seizoensgriep die ook wel de Hongkonggriep (H3N2) wordt genoemd. Omdat deze griep regelmatig terugkeert heeft hij al een hoop mensen geraakt met beduidend minder dodelijke gevolgen. Echter verschilt deze griepvariant elke keer weer net iets anders ten op zichtte van zijn voorganger waardoor mensen toch steeds weer opnieuw ziek worden. Al met al zorgt de griep jaarlijks voor enkele honderdduizenden tot miljoenen doden. En als je de bijverschijnselen meerekent, zoals longontsteking, hartfalen en diabetescomplicaties, zorgt deze griep voor pieken in de sterftecijfers waar alle andere virussen alleen maar van kunnen dromen. En soms, heel soms, ontstaat er een radicaal nieuw type griep waar niemand nog resistent voor is. Deze griep is waarschijnlijk de beste kandidaat om uit te groeien tot de allesomvattende killerepidemie waar we naar op zoek zijn.

De gelokaliseerde dader

De beste kandidaat voor een killerepidemie is dus een radicaal nieuw type griepvirus. Een griep die zó anders is dat ons afweersysteem er geen raad mee weet. Maar waar zou zo’n radicaal nieuw type griep vandaan kunnen komen? Een belangrijke theorie is de barnyard theory (boerenerftheorie). Die stelt dat er een reservoir aan griepsoorten huist in gedomesticeerde dieren, en dat die soorten af en toe overspringen naar de mens. De eerder genoemde zoönosen dus. Inmiddels is de barnyard theorie aardig bewezen, en kunnen de schuldigen worden aangewezen.

“En er is één plek op de wereld waar de omstandigheden optimaal zijn, namelijk: China”

Alle griepvarianten komen al zeker 100 miljoen jaar voor in migrerende watervogels (de term ‘vogelgriep’ voor H5N1 is dus niet zo handig gekozen omdat je alle andere varianten ook zo zou kunnen noemen). Vanuit watervogels zijn virussen in zoogdieren terecht gekomen. Op zich geen probleem want in veruit de meeste gevallen gebeurt er dan niets. Maar met elke mogelijkheid die het virus krijgt, neemt de kans toe dat er mutaties plaatsvinden die het virus wél schadelijk maakt voor een nieuwe gastheer. Dat is tot nu toe enkele keren gebeurd, wat er toe heeft geleidt dat veel diersoorten ook griep kunnen krijgen.

Tot dusver zijn de varianten nog redelijk netjes verdeeld over soorten: mensen zijn ontvankelijk voor H1, H2 en H3, paarden voor H3 en H7, enzovoort. Maar hoe vaker deze soorten met elkaar in aanraking komen, hoe meer de verschillende virussen de gelegenheid krijgen om van gastheer te wisselen. En er is één plek op de wereld waar de omstandigheden optimaal zijn, namelijk: China. In China is de concentratie watervogels, als wel mensen en dieren al over een langere periode enorm. Het mag dan ook geen verassing zijn dat veel nieuwe griepsoorten uit Zuidoost-Azië komen. En zullen blijven komen.

Het is wachten op de grote klap

Epidemiologen spraken in de jaren negentig van een ‘interpandemische’ periode. Hiermee bedoelen ze een periode waarin zich geen pandemieën voordoen. Maar de term zegt genoeg – het is alsof je gezondheid de ‘tijd tussen ziektes’ noemt – en ze hebben gelijk gekregen. Na de eeuwwisseling hebben zich al enkele griepgolven voorgedaan. En hoewel je het je misschien nauwelijks voor kunt stellen, tot op heden hebben we mazzel gehad – zelfs als je COVID-19 (geen griepvirus) meerekent. Het is dus wachten op de grote klap: een griepvirus met een nieuw ‘typenummer’ dat ons en ons immuunsysteem compleet gaat overvallen.

“Het is dus wachten op de grote klap: een griepvirus met een nieuw ‘typenummer’ dat ons en ons immuunsysteem compleet gaat overvallen”

Hoe goed we ons ook voorbereiden, we zullen er nooit klaar voor zijn. Zelfs niet een beetje. We weten namelijk nog steeds niet wat griep precies zo dodelijk en besmettelijk maakt. Ook is het niet mogelijk om van te voren vaccins te maken. En vanwege het saaie imago van de ziekte vergeleken met bijvoorbeeld hepatitis of het recente COVID-19, krijgt de griep ook niet de financiële prioriteit die het verdient. Zoals de auteur van The forgotten pandemic, Alfred Crosby, het treffend formuleert: “De godheid, verguld met omnipotentie, had zichzelf een paradox voorgeschoteld: hoe dodelijk kan ik een ziekte maken zonder dat het de mensheid opvalt? Zijn antwoord op die uitdaging was: de griep.”

Wat kunnen we concluderen?

Er is zeker geen reden om andere ziektes die wereldwijd honderdduizenden doden per jaar veroorzaken te bagatelliseren. Maar zelfs buiten de gemuteerde, alles vernietigende, killergriep die ons ooit te wachten staat om, vindt nu al jaarlijks, recht voor onze neus (en erin) een epidemie plaats van Bijbelse proporties waarbij honderdduizenden tot miljoenen mensen overlijden. In de wereld van de infectieziektes blijkt de Hummer dus een grasmaaiermotor te hebben en is de Fiat Panda in werkelijkheid een onstuitbare en onzichtbare tank.

De tekst in dit artikel is gebaseerd op een oorspronkelijk artikel van Stephan van Duin: Stilte voor de infectiestorm. Hij sprak met dr. Dona Schneider Rutgers University en raadpleegde verschillende literatuur.